Overprikkeling is voor veel mensen met autisme een groot probleem, dat met name voorkomt in situaties waarin ze veel (nieuwe) informatie of zintuiglijke indrukken te verwerken krijgen. Wanneer iemand met autisme start met een nieuwe baan, op een andere afdeling of in een nieuwe functie komt te werken is de kans op overprikkeling groter. Extra aandacht voor dit onderwerp is dan ook van belang.
In het dagelijks leven hebben we allemaal constant te maken met prikkels. Alle informatie die onze zintuigen verwerken zijn prikkels, van het geluid van een ambulance met sirene die voorbij rijdt tot aan het licht van de lamp die boven de tafel hangt. Maar ook wanneer je beschermende kleding moet dragen voor je werk geeft dat prikkels, je voelt bijvoorbeeld de kleding of helm op je huid. Al deze informatie wordt constant verwerkt in je hersenen, maar wanneer er teveel prikkels binnen komen kan het zijn dat deze niet allemaal verwerkt kunnen worden, wat kan resulteren in stress, woede, irritatie of bijvoorbeeld dat je niet meer kan reageren. Juist omdat de prikkelverwerking bij mensen met autisme vaak anders verloopt, is de kans groter dat zij overprikkeld raken.
Storende prikkels
Voordat je start met werken is het van belang in kaart te brengen welke prikkels storende prikkels zijn. Je kan dit zien als prikkels waar je veel last van ervaart, waar je je snel aan irriteert. Sommige van deze prikkels zullen heel duidelijk zijn, zoals pratende mensen terwijl je probeert te werken of een jeukende huid na het douchen. Andere storende factoren zijn misschien moeilijker te achterhalen. Je kunt bijvoorbeeld last hebben van de trillingsfrequentie van tl-buizen. Omdat je die trilling niet met het blote oog ziet, zul je niet snel bedenken dat het tl-licht een probleem veroorzaakt. Wanneer je weet welke prikkels je kan verwachten op de werkvloer en van welke prikkels je het meeste last hebt kun je vervolgens gaan kijken naar wat je kan doen om de hoeveelheid prikkels die je krijgt te beïnvloeden.
Prikkelregie
Prikkelregie op het werk is erg belangrijk. Prikkelregie wil zeggen dat de persoon met autisme zelf de regie of controle heeft over de hoeveelheid prikkels en hier zelf aanpassingen in kan maken, die van moment tot moment kunnen verschillen. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan het gebruik van een koptelefoon met ‘noise cancelling’, die je op kan zetten als geen geluiden wilt horen en juist af kan zetten als je mee wilt doen aan een gesprek. Of bijvoorbeeld de mogelijkheid om je terug te trekken op een rustige kamer. Wanneer je meer controle hebt over de hoeveelheid prikkels die binnen komen en deze daardoor beter kan verwerken, kan dit de kans op succesvol blijven werken vergroten (pag.17, Advisie – Werken met autisme, Jeanet Landsman). Het is verstandig om te bedenken wat je het beste kan doen op het moment dat je overprikkeld bent, heb je dan bijvoorbeeld behoefte aan overzicht en structuur of wil je liever even met rust gelaten worden?
Starten met een nieuwe baan
Wanneer je met een nieuwe baan start komt er veel op je af, een nieuwe reisroute, nieuwe collega’s een nieuw gebouw, nieuwe taken en veelal een nieuwe manier van werken. Om overprikkeling te voorkomen kan het daarom handig zijn om stapsgewijs op te bouwen in werk. Door bijvoorbeeld in eerste instantie halve dagen te werken en wanneer mogelijk op te bouwen naar hele dagen, maar het kan ook door eerst te focussen op één werktaak en langzamerhand nieuwe taken erbij te pakken (of een combinatie van beide). Een goede start is zowel voor jou als voor je werkgever van belang. Wanneer je snel overprikkelt raakt kan het handig zijn dit vooraf aan te geven op je nieuwe werkplek en samen met je leidinggevende (en eventueel re-integratiebegeleider) een plan te maken om geleidelijk je werk op te bouwen.
Collega’s
Zeker wanneer je start met werken kan het van belang zijn je toekomstige collega’s en werkgever meer informatie te geven over overprikkeling en hoe dit bij jou een rol speelt. Door dit bespreekbaar te maken kunnen zij jou beter ondersteunen op momenten dat jij overprikkeld bent. Zij kunnen je dan bijvoorbeeld juist even rust geven in plaats van door te blijven vragen of steeds meer informatie te geven. Ook hebben zij hierdoor wellicht meer begrip voor je als je bijvoorbeeld boos of geïrriteerd reageert als gevolg van overprikkeling. Op de pagina ‘Tips voor collega’s‘ kun je een aantal tips vinden die je aan je collega’s kan geven, zodat zij jou beter kunnen ondersteunen op het moment dat jij overprikkelt bent.