Wanneer je start met een nieuwe opleiding kom je in een omgeving waar mensen jou nog niet kennen. Daardoor weten zij nog niet dat je autisme hebt. Hierdoor ontstaat vaak de vraag of je jouw autisme wel of niet vertelt. Deze keuze heeft invloed op jouw studie, jouw begeleiding en jouw contact met medestudenten. Op deze pagina lees je duidelijke informatie die helpt bij het autisme bespreekbaar maken binnen jouw opleiding.
| Redenen om wel te vertellen over je autisme | Redenen om niet te vertellen over je autisme |
| Je kan aanspraak maken op extra ondersteuning | Bang afgewezen te worden voor een opleiding |
| Meer begrip van docenten en studiebegeleiders | Bang voor afwijzing door medestudenten |
| Meer begrip van medestudenten | Vooroordelen over autisme |
| Je kan het docenten vertellen als je iets nodig hebt | Je krijgt een label opgeplakt |
| Medestudenten zijn eerder bereid je te helpen | Gepest worden |
| Medestudenten merken toch dat je anders bent | Je ervaart geen problemen door je autisme |
| Je kan jezelf zijn en hoeft je autisme niet te verbergen | |
| Je kan zelf uitleggen wat autisme voor jou betekent |
Waarom wel of niet vertellen?
Als je graag net als andere studenten wilt zijn of bang bent dat de opleiding je zal weigeren, kan het beter voelen om niet te vertellen dat je autisme hebt. Maar dat betekent ook, dat je geen aanspraak kunt maken op extra ondersteuning tijdens je studie. Terwijl je daar wel gewoon recht op hebt als je een diagnose hebt. Niet vertellen kan dus tot gevolg hebben dat je de kans verkleint om je studie succesvol af te ronden, en dat zou jammer zijn.
Het advies is dus om het hebben van autisme wel te melden. Hiermee kan je veel problemen voorkomen. Bij een fysieke beperking mag je om een lift vragen. Bij autisme mag je om extra structuur vragen.
Er zijn ook uitzonderingen. Als je bijvoorbeeld een studie gaat doen op het gebied van Zorg&Welzijn kan het beter zijn om niet te vertellen dat je autisme hebt. Reden hiervoor is dat er dan al snel gedacht wordt dat je door autisme de opleiding niet kan volgen. Als je besluit om niet te vertellen over je autisme, kies dan iemand (ouder, begeleider) om met je mee te kijken in de eerste periode! Dat kan door je cijfers te laten zien of door een studiedagboek bij te houden en te laten zien.
Als je echt niet wilt vertellen dat je autisme hebt, is het nog een alternatief om wel te vertellen dat je prikkelgevoelig bent of iemand bent met behoefte aan veel structuur. Zo kan je toch aangeven wat je nodig hebt.
Aan studiegenoten vertellen?
Je hebt natuurlijk ook te maken met je medestudenten. Ook die weten nog niet van je autisme. Misschien wil je dat liever zo houden, bijvoorbeeld omdat je bang bent voor afwijzing. Bedenk dan dat openheid ook voordelen kan opleveren.
Bijvoorbeeld bij het samen werken aan projecten: als je medestudenten op de hoogte zijn van jouw sterke en minder sterke kanten, kunnen jullie open bespreken hoe jullie daarmee om kunnen gaan. Ook kun je makkelijker rechtstreeks vragen welke verwachtingen medestudenten van je hebben als dat voor jou onduidelijk is.
Loop je tegen je beperkingen aan, dan kun je waarschijnlijk bovendien rekenen op meer begrip dan wanneer je studiegenoten niet weten waarom je bijvoorbeeld jouw onderdeel van de opdracht niet op tijd af kon hebben.
Als je het een eng of vervelend idee vindt dat iedereen in je studiejaar van jouw autisme weet, kun je er ook voor kiezen om het alleen aan bepaalde mensen te vertellen. Bijvoorbeeld studiegenoten met wie je veel omgaat en medestudenten met wie je voor langere tijd samenwerkt.
Wanneer vertellen?
Aan het begin van je opleiding of studiejaar
- Vanaf het begin van je studie kan je extra hulp of structuur krijgen waar je het nodig hebt. Dit vergroot de kans dat je je studie succesvol afrond.
- Door onbegrip kunnen mensen een negatief beeld van je krijgen, door meteen te vertellen dat je autisme hebt voorkom je dat mogelijk.
In de loop van je opleiding of studiejaar
- Als je denkt dat het niet nodig is om over je autisme te vertellen, is het een goed idee om wel een ouder of begeleider mee te laten kijken naar hoe het gaat. Als je toch vastloopt kan je dat samen op tijd signaleren en alsnog vertellen over je autisme.
Hoe vertellen?
Geef samen met je ouder of begeleider informatie over wat autisme voor jou betekent, wat je kwaliteiten zijn en wat je valkuilen zijn. Het is een goed idee om informatie over autisme mee te nemen en te geven aan een docent of studiebegeleider. Bijvoorbeeld een folder over autisme of wat links naar websites over autisme.
Als je aan medestudenten wil vertellen over je autisme kan je dat in de klas doen na overleg met een docent. Je kan dit ook samen met een docent of begeleider voorbereiden.
De keuze is aan jou
De beslissing of je de opleiding en je studiegenoten wel of niet over je autisme vertelt, is er een die je alleen zelf kunt nemen. Je kunt er wel over praten met je ouders, je psycholoog of andere persoonlijk begeleiders, zodat je een beeld krijgt van de voor- en nadelen van beide opties.