8.16 Een gesprek beginnen en afsluiten
Lees het volgende scenario door en bedenk hoe Sam het gesprek met zijn collega’s kan beginnen en afsluiten.
Sam is onderweg naar zijn werkplek en moet over tien minuten beginnen. Hij ziet dat een paar collega’s van zijn afdeling staan de praten in de koffiekamer in de buurt van zijn kantoor. Een van zijn collega’s ziet hem en wenkt hem om erbij te komen. Wanneer Sam naar het groepje toeloopt, hoort hij dat ze het over het nieuwe computersysteem hebben en dat ze klagen dat het te moeilijk is. Sam vindt het juist heel gemakkelijk. Wanneer hij het groepje nadert, zegt iedereen hallo. Er valt een pauze in het gesprek.
Wat kan Sam zeggen om betrokken te worden bij het gesprek?
……….
………….
Na vijf minuten praten kijkt Sam op zijn horloge en realiseert zich dat hij over vijf minuten moet beginnen. Hij vindt het prettig om minstens vijf minuten voor hij moet beginnen bij zijn bureau te zijn.
Wat kan Sam zeggen om aan te geven dat hij moet gaan?
……….
………..
Voorbeeldantwoorden: een gesprek beginnen en afsluiten
Wat kan Sam zeggen om betrokken te worden bij het gesprek?
- Vragen of ze het over het nieuwe systeem hebben.
- Vragen wat ze ervan vinden.
- Uitleggen dat hij het niet zo moeilijk vindt – het is het beste als Sam niet zegt dat hij het heel gemakkelijk vindt, want hierdoor kunnen zijn collega’s zich beledigd voelen.
- Zijn collega’s vertellen dat hij het in het begin ook moeilijk vond maar dat hij er nu aan gewend is.
- Zijn hulp aanbieden.
- Van onderwerp veranderen, bv. door te vragen of ze nog naar een bepaald sociaal evenement gaan of wie een tv-programma of film heeft gezien.
Wat kan Sam zeggen om aan te geven dat hij moet gaan?
- Leuk jullie gesproken te hebben, ik zie jullie later.
- Ik moet er vandoor, ik heb een boel te doen vandaag!
- Sorry, ik moet echt weg – misschien kunnen we samen lunchen?
- Ik heb het nogal druk vandaag, laten we een ander keertje verder praten.
- Oké, ik ga richting mijn bureau, maar laten we snel verder praten.
- Ik moet over vijf minuten beginnen – ik moet er echt vandoor! Ik spreek jullie snel weer.