Home » WERKboek 4.2 Uitdagingen

WERKboek 4.2 Uitdagingen

4.2 Nagaan wat je positieve punten en wat je uitdagingen zijn

 

Uitdagingen

Dingen waar ik moeite mee heb:
(Omcirkel de woorden die op jou van toepassing zijn en voeg onderaan je eigen woorden toe)

 

Gezichtsuitdrukkingen
De toon waarop iemand iets zegt interpreteren
Grapjes
Sarcasme
Lichaamstaal
Harde geluiden
Naar andere mensen luisteren
Algemene uitdrukkingen zoals ‘het regent pijpenstelen’
Om de beurt iets zeggen in een gesprek
Praten met nieuwe mensen
Persoonlijke ruimte
Mensen vertellen hoe ik me voel
Fel licht of felle kleuren

 

Andere dingen die ik lastig vind:
1.
2.
3.

 

 

Positieve punten

Dingen waar ik goed in ben:
(Omcirkel de woorden die op jou van toepassing zijn en voeg onderaan je eigen woorden toe)

 

Een vaste procedure volgen
Dingen onthouden, zoals data
Feiten leren
Muziek
Wiskunde
Eerlijk zijn
Oog voor detail
Me concentreren op één activiteit
Nalezen
Het internet gebruiken
Op tijd zijn
Kunst
Dingen repareren

 

Andere dingen waar ik goed in ben:
1.
2.
3.

 

 

4.3 Je op je positieve punten richten

 

“Om te achterhalen wat mijn sterke punten zijn, dacht ik aan waar ik me lekker bij voelde. Waar ik ervaring mee had. Wat natuurlijk aanvoelt voor mij. Waar ik goed in ben. Zo kon ik gemakkelijker vacatures uitkiezen om op te solliciteren.”

 

Het is belangrijk dat je je eigen sterke punten kent en dat je duidelijk voor ogen hebt hoe je deze kunt gebruiken bij een bepaalde baan. Schrijf je sterke punten op en bedenk vervolgens voor welke banen deze geschikt zijn en waarom. Er is al een voorbeeld ingevuld.

 

 

Positieve eigenschap Geschikte banen Hoe deze eigenschap van pas komt
Betrouwbaar Alle banen Wekt vertrouwen, de werkgever kan van jou op aan