3.2 Veel voorkomende problemen bij autisme
De specifieke problemen die autisme met zich meebrengt, zijn voor iedereen anders, maar kunnen ruwweg worden onderverdeeld in:
- Sociale communicatie: dit heeft te maken met het vermogen andere mensen aan te voelen, of jezelf uit te drukken, zowel op verbale als non-verbale wijze;
- Sociale interactie: dit heeft te maken met het herkennen of begrijpen van de emoties, gevoelens en gedachten van anderen, maar ook met het vermogen je eigen emoties over te brengen. Deze vaardigheden zijn belangrijk voor de interactie met anderen in een sociale context;
- Flexibiliteit: dit heeft te maken met het vermogen andermans gedrag te begrijpen en te voorspellen, abstracte ideeën te doorgronden en je situaties voor te stellen die je nog niet eerder zelf hebt meegemaakt.
- Zintuiglijke gevoeligheid: dit gaat erover dat de zintuigen van mensen met autisme
extra gevoelig of juist minder gevoelig kunnen zijn voor bepaalde prikkels.
Hieronder staan voorbeelden van moeilijkheden die mensen met autisme op deze vier gebieden kunnen ervaren.
Sociale communicatie
- Non-verbale communicatie
Onder non-verbale communicatie vallen oogcontact, de toon waarop iemand iets zegt, lichaamstaal, gebaren en gezichtsuitdrukkingen. Volgens sommige onderzoeken is ongeveer 80% van de communicatie non-verbaal. Veel mensen met autisme geven aan grote moeite te hebben met het opmerken en interpreteren van non-verbale communicatie. Hierdoor kan het ontzettend lastig zijn om de boodschap die iemand probeert over te brengen, te begrijpen, wanneer diegene non-verbale signalen gebruikt en de dingen onduidelijk en indirect benoemt.
“Ik vind het echt verschrikkelijk als iemand met me communiceert door middel van hints of non-verbale signalen. Eigenlijk zeggen ze dingen zonder ze te zeggen. Ik kan hier helemaal niets mee. Het is echt ontzettend stressvol als je de hele tijd maar moet gissen wat er in iemands hoofd omgaat. Volgens mij kun je het nog het beste vergelijken met je hele leven in de stoel van Per seconde wijzer zitten.”
- Letterlijke interpretatie van taal
In de alledaagse taal worden veel metaforen, vergelijkingen en dubbelzinnige bewoordingen gebruikt, zoals ‘neem een stoel’ of ‘laten we de handen ineenslaan’. Sommige mensen met autisme vatten taal letterlijk op en vinden het moeilijk om te doorzien wat een dubbelzinnige of onduidelijke uitdrukking betekent. Een gesprek volgen of aanwijzingen begrijpen kan ernstig worden bemoeilijkt, als dit soort bewoordingen wordt gebruikt.
“Stel dat iemand zegt, ‘Kun je mij een handje helpen?’ Dan denk ik ‘Hoe? Wat bedoel je? Wat verwacht je nu van me?”
- Moeite met een praatje maken en/of met grapjes
Een informeel praatje wordt op het werk vaak gebruikt om een relatie met collega’s op te bouwen of als startpunt voor serieuzere onderwerpen. Sommige mensen met autisme vinden het moeilijk om hieraan mee te doen. Hier kunnen verschillende redenen voor zijn.
Sommige mensen vinden een praatje maken lastig omdat zij geen reden zien om dingen te bespreken die hun niet echt interesseren, zoals het weer of de reis naar het werk. Anderen geven aan dat zij wel dit soort gesprekken willen voeren, maar dat zij niet weten wat ze moeten zeggen en dat ze bang zijn dat er op hen wordt neergekeken of dat ze verkeerd worden begrepen.
Het is verleidelijk om het maken van een praatje over te slaan en in plaats daarvan over een interesse te praten of direct om informatie te vragen. Dit kan echter gezien worden als onbeleefdheid of een gebrek aan interesse. En dit stempel staat de ontwikkeling van professionele of sociale relaties in de weg.
Grappen op het werk staan vaak in het teken van sarcasme of ironie. Dit is soms moeilijk te interpreteren, omdat je moeilijk kunt bepalen of iemand nu serieus is of niet. Mensen met autisme neigen ernaar taal letterlijk op te vatten. Bovendien vinden zij het lastig om gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal te interpreteren. Hierdoor kan het voor sommige mensen met autisme extra lastig zijn om te bepalen of iets sarcastisch of ironisch bedoeld is of niet.
- Toon waarop iemand iets zegt
De manier waarop iemand iets zegt is vaak van invloed op de betekenis hiervan; dit heet de toon of intonatie. Sommige mensen met autisme vinden het lastig om controle uit te oefenen op hun intonatie of om deze aan te passen. Dit kan leiden tot problemen in sociale situaties of de professionele omgeving, zoals sollicitatiegesprekken. Zo kan iemand die monotoon praat, de indruk wekken ongeïnteresseerd te zijn of zich te vervelen, zelfs als dit helemaal niet het geval is.
- Formeel taalgebruik
Alledaags taalgebruik kan behoorlijk informeel zijn, met straattaal of incomplete zinnen in plaats van formele taal. Sommige mensen met autisme passen hun taalgebruik hier niet op aan. Hierdoor vallen ze op in sociale situaties.
“Mensen zeiden altijd, ‘O, jij gebruikt dure woorden’ en ik maar mijn best doen om me aan te passen. Maar ze bleven me pesten omdat mijn taalgebruik nog steeds te veel afweek van dat van de rest.”
Sociale interactie
- Wederkerige gesprekken
Gespreksregels zijn complex en er wordt meestal niet over gepraat. Veel mensen met autisme vinden het moeilijk om te achterhalen wat deze regels zijn. Bovendien kost het hun veel moeite en concentratie om deze regels op te volgen. Een aantal mensen geeft aan dat ze over ieder moment van hun gesprek lang moeten nadenken. Daarbij vragen ze zich af:
– hoe ze een gesprek moeten beginnen;
– wat een geschikt moment is om in te haken op een gesprek;
– wanneer ze op moeten houden met praten;
– wanneer hun opmerkingen wenselijk of juist zijn;
– of ze het gesprek wel helemaal begrijpen.
Zo kan het voeren van een gesprek extreem lastig en stressvol worden, en sommige mensen vinden het gemakkelijker om gesprekken dan maar helemaal te vermijden.
- Oogcontact
Mensen hechten veel waarde aan oogcontact. Dit komt doordat zij het gevoel krijgen dat er naar hen geluisterd wordt en dat ze begrepen worden, wanneer iemand hen aankijkt. Sommige mensen met autisme volgen de standaardregels voor oogcontact niet – ze maken weinig oogcontact of het hebben van oogcontact is te intens. Voor sommige mensen kan dit een zintuiglijk probleem zijn, omdat zij zich onbehaaglijk voelen door de intensiteit van het oogcontact. Voor anderen is het te moeilijk om bewust de regels voor oogcontact op te volgen en dan ook nog een normaal gesprek te voeren.
“Wat oogcontact betreft, daar ben ik niet echt goed in. Mensen denken ‘O, zij is met andere dingen bezig. Zij is afgeleid.’ Ik kan juist heel gefocust zijn als ik me niet druk hoef te maken over oogcontact.”
- Fysieke grenzen
De regels voor fysieke grenzen tussen mensen op het werk variëren afhankelijk van hoe vertrouwd de relatie is, de grootte van de kamer en de context van de interactie. Voor mensen met autisme kan het moeilijk zijn om wijs te worden uit deze complexe regels en te bepalen hoeveel afstand zij moeten of kunnen houden van anderen.
- Empathie
Empathie is het vermogen om andermans gevoelens te begrijpen en hierop te reageren. De eerste stap in het tonen van empathie is vaak om te achterhalen hoe iemand zich voelt op basis van de non-verbale signalen die hij/zij afgeeft. Problemen met het opvangen van non-verbale signalen kunnen het voor sommige mensen met autisme moeilijk maken om te achterhalen hoe iemand zich voelt. Sommigen geven aan dat zij een zeer duidelijk teken nodig hebben van hoe iemand zich voelt om dit te kunnen doorzien en daar adequaat op te kunnen reageren. Zo moet het hun woordelijk verteld worden dat iemand van streek is, of er moeten duidelijke fysieke signalen zichtbaar zijn zoals tranen. Zonder duidelijke indicatie van iemands gevoelens kunnen sommige mensen met autisme andermans daden verkeerd interpreteren of de indruk wekken een gebrek aan empathie te hebben. Andere mensen met autisme kunnen zich juist teveel inleven in de ander, en daardoor geneigd zijn om de gevoelens van de ander over te nemen. Het is een misverstand dat mensen met autisme geen empathie voelen.
Flexibiliteit
- Verandering
Veel mensen met autisme geven aan veel stress en spanning te ervaren in tijden van verandering. Dit kunnen veranderingen in hun omgeving zijn, zoals de indeling van een kantoor; veranderingen in relaties, zoals een nieuwe collega of een nieuwe teamleider; of veranderingen in omstandigheden, zoals geconfronteerd worden met een situatie die hij/zij nog niet eerder heeft meegemaakt. Sommige mensen met autisme zeggen een grote behoefte te hebben aan routine en structuur in alle aspecten van hun leven, omdat zij het zo moeilijk vinden om met verandering om te gaan.
Omgaan met verandering wordt nog eens extra moeilijk als het onverwacht is, als de reden waarom iets veranderd niet duidelijk is of als de verandering zich op het laatste moment voordoet. Iemand van tevoren op de hoogte stellen, kan helpen bij de voorbereiding op en het omgaan met verandering.
- Hypothetisch denken
Als je voorspellingen wilt doen over toekomstige resultaten of consequenties, dan moet je vaak hypothetisch kunnen denken; je moet je situaties voor kunnen stellen die je niet zelf hebt meegemaakt. Sommige mensen met autisme vinden het ontzettend moeilijk om hypothetisch te denken, met name als het om sociale situaties gaat.
Hypothetisch denken kan een belangrijke rol spelen op het werk. Als je bijvoorbeeld kunt voorspellen wat de gevolgen zijn als je verschillende taken niet voor de deadline af hebt, wordt het gemakkelijker om prioriteiten te stellen. Voor veel vragen die tijdens een sollicitatiegesprek gesteld kunnen worden, moet je ook hypothetisch kunnen denken. Een vraag die vaak gesteld wordt, is bijvoorbeeld ‘Wat voor problemen denk je tegen te komen in deze functie?’
- Aandacht voor één ding
Vaak wordt er van mensen verwacht dat ze meer dan één ding tegelijk doen. Zo kan er tijdens een vergadering op het werk van je gevraagd worden dat je de discussie volgt, dat je oogcontact maakt met anderen, dat je aantekeningen maakt en dat je nadenkt over vragen of over wat voor bijdrage jij kunt leveren.
Veel mensen met autisme geven aan dat hun aandacht niet verder reikt dan één ding. Hierdoor kan het erg moeilijk zijn om zich op meerdere dingen tegelijk te concentreren. De gevolgen hiervan zijn niet voor iedereen hetzelfde. Zo worden sommige mensen erg gemakkelijk afgeleid door omgevingsgeluid en vinden ze het moeilijk om hun concentratie ter hervinden nadat ze gestoord zijn. Sommige mensen vinden het extreem moeilijk om te multitasken – van de ene taak overschakelen op de andere, terwijl de eerste taak nog niet af is.
Wanneer je slechts aandacht hebt voor één ding, kan het opvolgen van instructies die uit meerdere stappen bestaan, ook problemen opleveren. Als iemand met autisme bijvoorbeeld in één keer drie instructies krijgt, richt diegene zich uitsluitend op de eerste taak waardoor de rest mogelijk wordt overgeslagen.
- Speciale interesses
Sommige mensen met autisme hebben een speciale interesse. Dit kan een algemeen onderwerp zijn zoals muziek en films, of iets meer specifieks zoals de metro van Amsterdam of Apple-producten. Mensen hebben vaak een uitstekende kennis van hun specialistische onderwerp. Dit kan van pas komen bij het zoeken naar geschikte functies. Echter, niet alle speciale interesses zijn een geschikt gespreksonderwerp voor op het werk. Denk hierover na voor je aan het werk gaat.
Zintuiglijke gevoeligheid
We hebben zeven zintuigen:
- Zien;
- Horen;
- Voelen;
- Proeven;
- Ruiken;
- Evenwicht (‘evenwichtsorgaan’);
- Bewustzijn van het eigen lichaam (‘positiezin’).
De zintuigen van mensen met autisme kunnen extra gevoelig of juist minder gevoelig zijn op een of meerdere van deze vlakken. Dit wordt ook wel ‘overgevoelig’ of ‘ondergevoelig’ genoemd. Zintuiglijke gevoeligheid kan van grote invloed zijn op iemands daden en diens concentratievermogen.
Bijvoorbeeld:
- Als iemand overgevoelig is voor geluid, kan hij/zij de grootste moeite hebben om omgevingsgeluid weg te filteren. Hierdoor is het moeilijk zich te focussen op wat iemand zegt in een ruimte met veel omgevingsgeluid;
- Als iemand ondergevoelig is voor licht, heeft diegene extreem fel licht nodig om te kunnen lezen of zich te kunnen concentreren op zijn/haar werk. Een kantoor met weinig licht kan voor aanhoudende concentratieproblemen zorgen. Dit kan vervolgens voor luiheid of ongemotiveerdheid worden aangezien, terwijl dit helemaal niet het geval is.
“Ik ben gevoelig voor zowel licht als geluid. Harde geluiden en onverwachte geluiden doen me ineenkrimpen. Mijn oren doen pijn en ik kan me niet concentreren. Ik heb altijd al een hekel gehad aan fel licht. Ik draag altijd een zonnebril. Thuis heb ik mijn computer ingesteld op een lagere schermverlichting met een groene kleur. Anders is het een belasting en kan ik me moeilijk langere tijd concentreren.”
Overige kenmerken
Behalve de drie groepen die hierboven worden beschreven, zijn er nog een aantal kenmerken die vaak in verband worden gebracht met autisme. Deze worden hieronder beschreven.
- Angsten en andere psychische klachten
Uit onderzoek blijkt dat 65% van de mensen met autisme op enig moment in hun leven een of andere vorm van psychische klachten ervaart, zoals angsten. Het is van belang erop te wijzen dat deze psychische klachten geen deel uitmaken van autisme, en dat mensen naar geschikte begeleiding en behandeling op zoek moeten gaan als zij hier last van hebben.
Er bestaat een aantal zeer effectieve behandelingen voor psychische klachten zoals angsten en depressie. Het is ontzettend belangrijk dat de betreffende behandelaar kennis heeft van de behoeften van mensen met autisme.
- Executieve functies
De term ‘executieve functies’ verwijst naar de mentale processen die een rol spelen bij vaardigheden als plannen, organiseren, langdurige concentratie en multitasken. Sommige mensen met autisme hebben moeite met deze regulerende processen en kunnen hulp en begeleiding nodig hebben om deze vaardigheden te ontwikkelen.
- Perfectionisme
Sommige mensen met autisme kunnen perfectionistisch zijn, waardoor ze veel tijd aan een bepaalde taak spenderen, zodat deze aan hoge eisen voldoet. Dit kan een uitstekende strategie zijn, wanneer je genoeg tijd hebt om aan een taak te spenderen, maar als je een deadline moeten halen, kan het lastig worden. Een belangrijke vaardigheid om te ontwikkelen op het werk is het vermogen in te zien wanneer iets ‘goed genoeg’ is en te accepteren dat het niet realistisch is dat alles perfect is.
“Ik heb van die specifieke interesses en die zijn niet zo gevarieerd als die van andere mensen. Het is te vergelijken met het verschil tussen een gloeilamp en een laserstraal. Het licht van een gloeilamp schijnt overal en alles wordt daarbij belicht, terwijl het licht van een laserstraal zich concentreert op een heel klein punt, maar wel een heel intens punt. Soms zou ik wensen dat ik mezelf opeens kon openstellen voor al deze andere dingen. Maar dat is erg moeilijk. Ik probeer er het beste van te maken door mijn energie te richten op wat ik weet en wat ik leuk vind.”