Home » WERKboek 6.2. Communiceren sollicitatiegesprek

WERKboek 6.2. Communiceren sollicitatiegesprek

6.2 Manieren van communiceren tijdens een sollicitatiegesprek

 

We gebruiken niet alleen woorden om met elkaar te communiceren. Sterker nog, de door ons gebruikte woorden vormen slechts een klein onderdeel van hoe we communiceren. Wanneer je iemand ontmoet tijdens een sollicitatiegesprek, hebben zij binnen een paar seconden een eerste indruk van jou.

 

80% lichaamstaal, bv. (hand)gebaren en houding
13% toon waarop je iets zegt
7% inhoud van je boodschap

 

 

Lichaamstaal

Hieronder staan wat tips over hoe je door middel van lichaamstaal een goede indruk maakt. Je loopbaanbegeleider kan je helpen dit te oefenen.

 

Gezichtsuitdrukking: wanneer je op een natuurlijke manier regelmatig glimlacht, kom je ontspannen, zelfverzekerd en vriendelijk over. Bovendien duidt dit op een goede band met je gesprekspartner. Het belangrijkste moment voor een glimlach is wanneer je wordt binnengeroepen.

 

Oogcontact: door middel van oogcontact maak je duidelijk dat je luistert, geïnteresseerd bent en eerlijk bent. Je dient je gesprekspartner tijdens het praten aan te kijken, maar zonder te staren. Als je moeite hebt met oogcontact, kun je naar iemands voorhoofd kijken. Dit is voor jou minder intens, maar voor je gesprekspartner lijkt het alsof je oogcontact maakt. Een andere mogelijkheid is om je gesprekspartner alleen af en toe aan te kijken, op de belangrijkste momenten.

 

Gebaren: te veel handbewegingen kunnen afleiden van de woordelijke boodschap. Probeer de juiste balans te vinden – het is normaal om je handen wat te bewegen, maar het is ook prima als je je handen gevouwen voor je houdt.

 

Houding: Zorg dat je rechtop zit en tegen de rugleuning aan. Ga niet op het puntje van je stoel of voorover gebogen zitten. Je kunt ietsje naar voren leunen wanneer je luistert of antwoord geeft; zo toon je interesse. Houd je handen ontspannen in je schoot of op de leuningen van je stoel en speel niet met pennen, je kleding of je haar. Wanneer je je handen gevouwen in je schoot legt, zit je niet zo snel te friemelen of zenuwachtig op en neer te wippen. Wanneer je je voeten onder de stoel zet, heb je niet zo de neiging om je benen te bewegen of met je voet te gaan zitten tikken. Dit kan namelijk zeer ergerlijk zijn voor je gesprekspartner.