Home » WERKboek 3.13 Aan anderen uitleg

WERKboek 3.13 Aan anderen uitleg

3.13 Hoe ik mijn autisme aan anderen uitleg

 

In sommige situaties is het handig als je uit kunt leggen wat autisme is en wat voor invloed het op jou heeft, bijvoorbeeld tijdens een sollicitatiegesprek of als je op een nieuwe stageplek begint.

 

Wanneer werkgevers enige kennis hebben van je beperking, is de kans groter dat ze specifieke aanpassingen willen doen om jouw talenten optimaal uit de verf te laten komen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld de tijd nemen om dingen duidelijk uit te leggen. Of ze zien in waarom voorspelbaarheid voor jou belangrijk is. Bovendien is de kans kleiner dat ze de verkeerde conclusie trekken als jij per ongeluk een ‘sociale regel’ over het hoofd ziet.

 

 

Wat moet ik zeggen?

Voor een antwoord op deze vraag, moet je nagaan wat de ander moet weten. Naar alle waarschijnlijkheid moeten ze het volgende weten:

  • de problemen waar je eventueel tegenaan loopt;
  • je sterke punten;
  • wat voor dingen jou helpen om beter met moeilijke situaties om te gaan.

Het is belangrijk om positief te zijn en je moet niet alleen over je problemen praten. Probeer ook je sterke punten te noemen. Hieronder staan enkele voorbeelden van eigenschappen die op het werk van pas komen en die wellicht tot jouw sterke punten behoren. En je kunt deze nog aanvullen met andere eigenschappen die jij hebt:

  • punctualiteit;
  • oog voor detail;
  • eerlijkheid;
  • betrouwbaarheid.

“Een van mijn eerste bazen vond dat ik nogal onbeleefd en afstandelijk was en dat ik niet echt deed wat zij vroeg. Maar toen ik haar vertelde dat ik autisme heb en haar uitlegde wat voor ondersteuning ik nodig had, maakte dat een groot verschil. Ze gaf me een rustigere kamer waar ik me fatsoenlijk kon concentreren. Daarna ging het heel erg goed.”
 

 

3.17 Hoe ik mijn autisme aan anderen uitleg

 

Het is belangrijk dat je erop voorbereid bent om je autisme en wat dat met je doet aan anderen uit te leggen. Het is handig om zowel een geschreven als een mondelinge versie te hebben. Die kunnen in verschillende situaties van pas komen, bijvoorbeeld tijdens een sollicitatiegesprek of bij het invullen van een sollicitatieformulier.

 

Maak de volgende zinnen af en omschrijf daarbij je behoeften, sterke punten en aanpassingen die jou helpen:

 

 

Ik heb een beperking waardoor ik het lastig vind om met anderen te communiceren. Daardoor heb ik moeite met:
……….

 

Dit betekent ook dat ik bepaalde sterke punten heb, bijvoorbeeld:
…………….

 

Met een paar simpele aanpassingen kan ik gemakkelijker een sollicitatiegesprek voeren. Dit zijn:
……………

 

Met een paar simpele aanpassingen kan ik mijn werk beter doen. Dit zijn:
……………

 

 

 

Voorbeeldantwoorden: hoe ik mijn autisme aan anderen uitleg

 

Ik heb een beperking waardoor ik het lastig vind om met anderen te communiceren. Daardoor heb ik moeite met…

  • Empathie, ofwel weten wat andere mensen denken en voelen.
  • Begrijpen waarom mensen iets doen. Voor mij gedragen zij zich onvoorspelbaar en verwarrend.
  • Non-verbale communicatie. Hierdoor wijken de manier waarop ik oogcontact maak en mijn lichaamstaal af ten opzichte van die van andere kandidaten. Aan mijn lichaamstaal en oogcontact kun je niet altijd even goed aflezen wat ik van een baan vind (er spreekt bijvoorbeeld geen enthousiasme uit). En non-verbale signalen, gezichtsuitdrukkingen en hints kunnen langs me heen gaan.
  • Ongeschreven regels die het gedrag bepalen, zoals weten in welke stoel je moet gaan zitten in een groep of tijdens een training sollicitatiegesprek. Of niet weten wanneer het tijd is om een gesprek met een collega te beëindigen.
  • Dubbelzinnige of hypothetische vragen op een sollicitatieformulier of tijdens een sollicitatiegesprek. Ik neem dingen namelijk vaak letterlijk.
  • Inschatten hoeveel informatie ik moet geven, met name bij open vragen.
  • Weten of ik me formeler of juist minder formeel moet gedragen.
  • Meedoen met grapjes of over koetjes en kalfjes praten.
  • Communicatie – Ik kan soms bijzondere woorden of zinnen gebruiken. Of ik praat monotoon.
  • Te veel bezig zijn met een enkel onderwerp of interesse, waar ik dan ellenlang over uitweid.
  • Een gesprek beginnen of gaande houden.
  • Het aanvoelen van ‘fysieke grenzen’.
  • Omgaan met verandering of het aanvaarden van nieuwe ideeën.
  • Nieuwe of onbekende situaties of mensen.
  • Voorspellen wat de volgende ontwikkeling in een nieuwe situatie zal zijn.
  • Zintuigelijke waarnemingen (geuren, geluiden, licht, aanrakingen enzovoorts) – overgevoeligheid of verminderde gevoeligheid.
  • Planning en organisatie.
  • Multitasken, omdat ik mij maar op één ding tegelijk kan focussen. Zo kan ik niet met een activiteit stoppen, zodat ik met een andere kan beginnen.
  • Perfectionisme – het kan me extra stress opleveren wanneer iets niet volgens plan loopt.

 

Dit betekent ook dat ik bepaalde sterke punten heb, bijvoorbeeld…

  • Extreme focus op iets wat ik leuk vind om te doen. Dit kan voor een hoge productiviteit zorgen als ik iets doe wat met mijn werk te maken heeft.
  • Gedetailleerde feitelijke kennis en een uitstekend geheugen.
  • Probleemoplossend vermogen: ik geef de voorkeur aan een logische en gestructureerde aanpak van mijn werk en ik denk vaak erg visueel. Ik vind het leuk om problemen op te lossen en kom met nieuwe ideeën en een frisse aanpak in mijn werk.
  • Hoge mate van concentratie: ik haal er voldoening uit wanneer ik me bezighoud met de details in mijn werk. Ik kan gestaag doorwerken zonder me af te laten leiden. Daarbij heb ik veel oog voor detail en kan ik fouten opsporen.
  • Betrouwbaarheid en loyaliteit: ik kan bijzonder plichtsgetrouw zijn en me volledig aan mijn werk wijden. Zodoende ben ik erg punctueel, eerlijk en integer.
  • Deskundigheid: ik heb specialistische kennis van en vaardigheden in…
  • Vindingrijkheid: ik heb vaak manieren moeten zoeken om uitdagingen het hoofd te bieden en dus kan ik vindingrijk zijn.
  • Meer dan gemiddelde intelligentie.
  • Goede mondelinge uitdrukkingsvaardigheden.

 

Met een paar simpele aanpassingen kan ik gemakkelijker een sollicitatiegesprek voeren. Dit zijn…

  • Geef duidelijke informatie over wat er van me verwacht wordt tijdens het gesprek en wat ik mee moet nemen.
  • Stel gesloten vragen, indien mogelijk. U kunt bijvoorbeeld vragen ‘Wat voor werkervaring heb je opgedaan de afgelopen vijf jaar’ in plaats van ‘Vertel eens iets over jezelf’. Zo is het voor mij duidelijk wat voor soort informatie u wilt.
  • Houd er rekening mee dat ik op een andere manier oogcontact maak dan andere kandidaten en dat ook mijn lichaamstaal afwijkt. Aan mijn lichaamstaal en oogcontact kunt u niet altijd even goed aflezen wat ik van een baan vind.
  • Stel me geen hypothetische vragen. U kunt beter vragen naar voorbeelden uit mijn vorige werk. Zo komen mijn vaardigheden beter tot hun recht.
  • Stel me aanvullende vragen en stuur me in de juiste richting. Zo krijgt u de informatie die u nodig hebt.
  • Geef het aan als ik te veel praat – ik kan moeilijk inschatten hoeveel informatie u wilt hebben.
  • Houd er rekening mee dat ik taal letterlijk kan interpreteren. Als u specifieke en directe vragen stelt, is de kans kleiner dat ik de vraag verkeerd interpreteer.

 

Met een paar simpele aanpassingen kan ik mijn werk beter doen. Dit zijn…

  • Geef me een uitgebreide introductie, waarbij u me ook voorstelt aan mijn collega´s en geef me het rooster voor de eerste week.
  • Wijs, indien mogelijk, van tevoren een mentor of maatje aan. Zo weet ik bij wie ik aan kan kloppen als ik tegen problemen aanloop.
  • Geef duidelijke, beknopte en specifieke instructies.
  • Breng structuur aan in de werkomgeving: roosters en advies over hoe lang een taak moet duren helpen mij op weg.
  • Houd er rekening mee dat mijn zintuigen overgevoelig zijn. Geef me de mogelijkheid veranderingen voor te stellen voor mijn werkplek en omgeving.
  • Zo kan ik me beter op mijn werk concentreren.
  • Zorg dat de medewerkers in mijn team autisme begrijpen en wat voor invloed dit kan hebben tijdens mijn werk.