Home » WERKboek 4.4 Eerdere ervaring

WERKboek 4.4 Eerdere ervaring

4.4 Eerdere ervaring en persoonlijke kwaliteiten

 

1. Ga eens bij jezelf na wat je leuk of niet leuk vond aan het werken in een specifieke omgeving (denk hierbij aan stages, vrijwilligerswerk en betaald werk).
Vul onderstaande tabel in. Begin met een omschrijving van de omgeving waarin je werkte en zet dan een vinkje bij ‘leuk’ of ‘niet leuk’.

 

Omschrijving van de omgeving Leuk Niet leuk
Soort werkplek, bv. kantoor, fabriek of winkel
Locatie van de werkplek, bv. dichtstbijzijnde treinstation
Reisduur, bv. de totale reistijd om op je werk te komen
Reisduur, bv. de totale reistijd om op je werk te komen
Aantal collega’s, bv. alleen werken, in een klein team of in een groot en druk kantoor
Contact met derden, bv. geen of klantcontact (persoonlijk, telefonisch of via e-mail)
Lawaai, bv. rustige of rumoerige werkplek
Faciliteiten, bv. kantine of koffiekamer, toiletten
Jouw plek op het werk, bv. de plek van je bureau of werkstation

 

Gebruik deze tabel en jouw ervaring en noteer in wat voor soort omgeving je wilt werken.

 

 

2. Ga eens bij jezelf na in welke taken je heel goed was en welke taken je ontzettend moeilijk vond (denk hierbij aan taken tijdens stages, vrijwilligerswerk en betaald werk).

 

Taken waarin ik heel goed was:

 

 

Taken die ik moeilijker vond:

 

 

 

3. Op wat voor soort functies zou je willen solliciteren?
Noem de functies waarop je zou willen solliciteren. Ga hierbij uit van wat voor soort omgeving je leuk vindt en de taken waar je goed in bent.

 

Functie 1:
Functie 2:

 

 

4. Schrijf op wat voor soort taken deze functies met zich meebrengen.
Functie 1:
Functie 2:

 

 

5. Heb je ervaring met het uitvoeren van deze of vergelijkbare taken?
Zo ja, geef hieronder dan een uitgebreide omschrijving.

 

 

6. Voor bepaalde functies heb je niet alleen de juiste kwalificaties en/of ervaring nodig, maar ook specifieke karaktereigenschappen. Zo is het belangrijk dat iemand die op de functie van leraar solliciteert, geduldig is en zich op zijn gemak voelt als hij een groep toespreekt. Kijk naar de twee functies waarin je interesse hebt. Wat voor karaktereigenschappen denk je dat belangrijk zijn voor elk van deze banen?
Noteer hier je antwoord.

 

Functie 1:
Functie 2:

 

 

7. Kun je bedenken wanneer je de karaktereigenschappen hebt laten zien die je hierboven hebt ingevuld voor de functies waarin jij geïnteresseerd bent? Dit kan zijn tijdens eerdere werkervaring of in een situatie buiten het werk om.
Geef hier een omschrijving van de situatie.

 

 

Samenvatting

Tijdens deze activiteit kwam het volgende aan bod:

  • het soort omgeving waarin je wilt werken;
  • je vaardigheden en sterke punten;
  • taken die je wel en niet leuk vindt;
  • het soort werk waarin je geïnteresseerd bent;
  • inzicht in het soort taken dat deze functies met zich meebrengen;
  • je eerdere ervaring met dit soort taken;
  • karaktereigenschappen die je voor dit soort functies nodig hebt.

 

De belangrijkste afwegingen die je moet maken, zijn:

  • Heb ik de praktische vaardigheden en karaktereigenschappen om dit soort werk te doen?
  • Voel ik me op mijn gemak in een dergelijke werkomgeving?